.
De rivier de Lot is een prachtige langzaam stromende
rivier die kronkelt langs idyllische plaatsjes in het Zuidwesten van Frankrijk.
Ter hoogte van het plaatsje Puy l’ Evêque
is de rivier ca. 50 meter breed en 3,5 meter diep. De oevers zijn begroeid met
overhangende takken en er is nauwelijks vaarverkeer. Een ideaal water om het
vissersgeluk eens te proberen.
De Lot kent een grote verscheidenheid aan vissen. Karper,
barbeel, baars, brasem en zelfs meerval behoren tot het vaste visbestand. Dit
alles, aangevuld met het zachte klimaat, maken dit gebied tot een heus
vissersparadijs.
De dagen worden gevuld met het aflopen van kleine Franse
marktjes, chateaux bezoeken, wandelen in een
prachtige omgeving, stokbrood eten, wijn drinken en ….vissen. De
vismogelijkheden zijn er namelijk legio.
Het is niet gebruikelijk om positieve ervaringen op
visgebied in de openbaarheid te brengen.
Goede visstekken worden stilgezwegen. Immers, hoe meer
mensen de plaats kennen, hoe drukker het wordt, waardoor de kans op aas- en
stekdressuur toeneemt en geleidelijk de kans kleiner wordt om een spectaculaire
vis te vangen. Ook de kans dat men net te laat is met reserveren omdat een
collega visser je net voor is geweest is niet aantrekkelijk. Maar de
vriendelijkheid en gastvrijheid waarmee we door de eigenaren zijn ontvangen
hebben mij doen besluiten om eenmalig dit stilzwijgen te doorbreken en gehoor
te geven aan hun verzoek om mijn viservaring aan het digitale papier toe te
vertrouwen.
Zomer 2005.
Op marktplaats.nl was mijn oog gevallen op een
advertentie waarbij een echtpaar een accommodatie in Puy L’ Eveque
aanbood met vismogelijkheden op rivier de Lot. In het verleden had ik wel eens
op deze rivier gevist, telkens met wisselende resultaten. Onze vakantie naar
Brazilië van dat jaar daarvoor was niet zo goed bevallen en eigenlijk waren we
op zoek naar iets anders.
Het contact werd dus snel gemaakt en eind augustus
vertrokken we (mijn vrouw en ik) naar Puy l’ Eveque.
Daar aangekomen bleek dat het gezellige huisje, met uitzicht over de Lot, aan
een doodlopend straatje lag. Aan de overkant van het weggetje lag de grote tuin
met een visvlonder van 6 bij 3 meter. Na een korte kennismaking met de gastheer
en gastvrouw hebben we vervolgens ons tentje op de vlonder opgezet. Deze
visvlonder zou voor de komende twee weken ons nieuwe adres worden. Voor het
koken, douchen en toilet maakten we gebruik van het huisje. Wat een luxe!
De rivier heeft op dat stuk een breedte van meer dan 50 meter
en stroomt langzaam. Nieuwsgierig naar de dieptes en bodemstructuur werd snel
de boot met fishfinder klaargemaakt en de eerste
verkenningen gedaan. De bodem loopt glooiend af naar ca. 3,5 meter. Een oude
rivierbeding heb ik niet kunnen ontdekken, wel veel overhangende takken aan
weerskanten van de rivier en een half gezonken sloep aan de overkant die ik al
gelijk als hotspot bestempelde. De voerplekken van particles
(maïs, hennep, tijgernoten) en boillies werden gemaakt en het vissen was begonnen.
Elke dag werd er vis gevangen. Grote baars aan de plug,
brasems zo groot als een vloermat, barbelen van 50 cm en groter. Als aas
gebruikte ik hoofdzakelijk boillies (fruit en
vismeel). Karpers kwamen er de eerste week niet aan de kant. Maar het vissen
met het juiste materiaal maakt van bijvoorbeeld de barbeel een ware sportvis.
De tweede week ging het alleen maar beter. De eerste
karpers lieten zich zien en voelen. Wat zijn die karpers op de rivieren toch
sterk. Een paar mooie schubs en spiegels, waaronder
een mooie dertiger. De tweede week heb ik ook een aantal grote vissen
verspeeld. Losschieters en lijnbreuk. Na de tweede week voelde ik dat ik mijn
missie nog niet had volbracht. Er moest meer uit te halen zijn. Na enig overleg
met mijn wederhelft (als we weer thuis zijn, mag jij nieuwe laarzen kopen)
besloten we er nog een weekje aan vast te plakken.
De derde week begon het weer een stuk slechter. Veel
regen, alles nat en toen uiteindelijk mijn buitenboordmotor het begaf had ik
het eigenlijk wel gehad. Dit was niet hetgeen zoals ik mij die laatste week had
voorgesteld. Toch werd er stug doorgevist.
Halverwege de week kreeg ik ‘s nachts weer een aantal
piepjes op mijn middelste hengel. Geen echte run maar waarschijnlijk weer een
brasem op kleine barbeel. Het regende nog pijpenstelen en ik besloot nog even
te blijven liggen totdat het wat minder hard zou regen. Af en toe piepte de
beetverklikker maar bleef soms ook minuten stil, totdat ………
De optonic gilt het uit. Hoe
kan dat nou. De middelste hengel! Ik spring uit mijn slaapzak, in een paar
passen ben ik bij mijn hengel en sla aan. Ongelofelijk, wat is dit? De 3-ponds
hengel buigt tot in het handvat en de molen blijft gaan. Ik probeer de vis te
stoppen en dan …los.
Balen, ik draai mijn lijn binnen en voel nog een beetje
weerstand. Tot mijn verbazing zit er nog
een vis aan. Een brasem van amper 35 cm. Ik onthaak de gehavende vis en
duik drijfnat mijn slaapzak weer in. Ik slaap die nacht slecht. “What went wrong?”
Na regen komt zonneschijn. Zo ook in Frankrijk. De
volgende morgen was het droog en klaarde het weer helemaal op. Met de ervaring
van die nacht moest ik wat doen. Ik kwam tot de conclusie dat het een meerval
geweest moest zijn. Die dag ving ik een aantal kleine visjes om het ‘s avonds
nogmaals te proberen. Helaas lukte dat niet. Wel ving ik dezelfde 30-er als die
week daarvoor en nog een aantal barbelen. Een schrale troost. Nog twee dagen
(en nachten) te gaan en een nieuwe target gesteld: meerval.
Die avond helaas geen meerval. Wel een hele mooie
spiegelkarper van 34 pond. De grootste en zwaarste karper van de visvakantie
zou later blijken.
Met nog één dag te gaan gebeurde het dan toch. De hengel
lag er nog geen kwartier in. Een run, een gevecht van een half uur en
uiteindelijk de beloning.Een meerval van 153 cm en 25
kg zwaar. Een prachtige vis.
De volgende dag konden we met een tevreden gevoel naar
huis. De missie was geslaagd.